Biobrandstoffen, een oplossing tijdens de energietransitie ​

Op wereldwijd niveau worden allerlei afspraken gemaakt om het te beperken: de opwarming van de aarde onder invloed van CO₂-uitstoot. Dit thema stond dan ook centraal tijdens de klimaatconferentie die in 2015 in Parijs werd gehouden. De 194 aanwezige landen spraken hier af dat de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂, in 2030 met 50% moet worden verlaagd ten opzichte van 2010. Dit moet in 2050 oplopen tot een verlaging van tachtig procent. De vraag naar energie blijft echter stijgen; tot 2040 verwacht men een stijging van 25% ten opzichte van 2018.

Vandaag is meer dan 90% van onze energie is afkomstig uit de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals aardolie, aardgas en steenkool. Hierbij komt veel CO₂ vrij. De verbranding van steenkool alleen is al verantwoordelijk voor 41% van de totale wereldwijde CO₂-uitstoot. Daarnaast neemt de beschikbare hoeveelheid fossiele brandstoffen af. Het winnen van olie wordt relatief steeds duurder, aangezien veel van de makkelijk winbare olie al is verbruikt. Om zowel aan de stijgende vraag naar brandstoffen als het doel om zo veel mogelijk duurzame energiebronnen in te zetten te voldoen, wordt steeds meer aandacht besteed aan biobrandstoffen.

Wat is biobrandstof?
Binnen de Europese Unie werd afgesproken dat in 2020 minimaal 10% van de brandstoffen in het vervoer zal moeten bestaan uit alternatieve brandstoffen, zoals biobrandstoffen. Wanneer deze biobrandstoffen worden gewonnen uit reststromen kunnen ze worden beschouwd als circulair en dragen ze daarmee bij aan de klimaatdoelstelling.

Biobrandstof is een verzamelnaam voor brandstoffen die worden gewonnen uit een scala van organische materiaal. Dit kan zowel dierlijk als plantaardig materiaal zijn, wat wordt omgezet tot synthetische brandstoffen, zoals diesels. Deze biobrandstoffen kunnen worden gebruikt in standaard verbrandingsmotoren, waardoor ze kunnen dienen als alternatieve brandstof voor voertuigen. Een klein deel van de brandstoffen die nu voor auto’s worden gebruikt, bestaat al uit biobrandstoffen. Hierbij kan de producent kiezen uit vele verschillende biobrandstoffen met elk verschillende eigenschappen en specificaties.

Twee bekende biodiesels zijn FAME en HVO. Deze brandstoffen hebben elk hun voordelen en nadelen. Over het algemeen wordt bij het mengen van brandstof voor de gewone consument gekozen voor FAME. FAME kan goedkoper worden geproduceerd dan HVO, maar doordat deze brandstof water aantrekt wordt de groei van algen gestimuleerd, wat vervuilend is voor de motor. HVO, daarentegen, is duurder qua productie, maar werkt waterafstotend. HVO is in principe zuiverder en kwalitatief beter dan FAME.

Het percentage biobrandstof in de gewone brandstoffen wordt jaarlijks licht verhoogd. Op het moment bestaan brandstoffen voor auto’s uit minimaal 5% biobrandstof. Hierbij wordt standaard gekozen voor FAME.

Bredenoord maakt alleen gebruik van HVO, dit om de hoogste kwaliteit te kunnen bieden en algengroei in de motor te voorkomen.

Productie van biobrandstof
Verschillende gewassen kunnen met de juiste behandeling worden omgezet tot biobrandstof. Oliepalm, koolzaad, graan, suikerriet, soja en maïs lenen zich hier goed voor. Bij het uitpersen van vettige gewassen komen oliën en vetten vrij die tot biodiesel worden verwerkt. Bij het laten vergisten van gewassen met een hoog suikergehalte ontstaat bioethanol. Tot slot is er biogas, dat ontstaat wanneer bacteriën bepaalde stoffen in mest en afval afbreken. Het methaan dat hierbij vrijkomt wordt dan samengeperst tot biogas. Deze productiemethode gaat echter ten koste van voedselproductie, doordat de gewassen worden verbouwd op grond die ook gebruikt had kunnen worden voor het verbouwen van voedselgewassen.

Binnen biobrandstof wordt onderscheid gemaakt tussen eerste en tweede generatie. De eerste generatie biobrandstoffen worden gemaakt van planten die speciaal voor dit doeleinde worden verbouwd. Eerste generatie biobrandstoffen worden bijvoorbeeld vaak verbouwd in tropische landen, op grond waar ook voedsel kan worden verbouwd. Er is veel landbouwgrond nodig om de gewassen voor biobrandstof te verbouwen, waarvoor regenwouden worden platgebrand. Hierbij komt niet alleen CO₂ vrij, maar gaat tevens veel natuur verloren, wat weer nadelige gevolgen kan hebben voor de biodiversiteit in het betreffende gebied.

Tot slot leidt het gebruiken van landbouwgrond voor het produceren van deze gewassen ertoe dat er minder landbouwgrond is voor het verbouwen van gewassen. Het tekort dat dit met zich meebrengt leidt tot hogere voedselprijzen, met honger als gevolg. Binnen de Europese Unie wordt al rekening gehouden met deze keerzijde van biobrandstof. Zo mogen de gewassen voor biobrandstof niet verbouwd worden in gebieden met een grote biodiversiteit en mogen oerbossen, veengebieden en regenwouden niet worden gebruikt.

Tweede generatie biobrandstoffen worden gewonnen uit afval, zoals frituurvet, afvalstromen door algen of afval van veevoer. Tweede generatie biobrandstoffen dragen daarom niet alleen bij aan CO₂-reductie, maar ook aan de circulariteit. Bredenoord vindt dat de negatieve gevolgen die hieruit voorkomen niet opwegen tegen de bijbehorende CO₂-besparing en maakt daarom alleen gebruik van HVO uit restmateriaal.

Duurzaamheid bepalen door de well-to-wheel benadering
Bij het bepalen van de duurzaamheid van een brandstof geeft de well-to-wheel benadering een duidelijk overzicht. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de uitstoot tijdens het verbranden van een brandstof, maar ook naar de uitstoot rondom het ontwikkelen van de brandstof. Denk hierbij aan het winnen van de brandstof en het vervoer naar een verkooppunt. De Europese Commissie maakt gebruik van deze methode en stelde in 2012 de regel dat biobrandstoffen van well-to-wheel 35% minder CO₂ moeten uitstoten dan fossiele brandstoffen. In 2018 werd gestreefd naar een vermindering van 60%.

Voordelen van biobrandstoffen
Het meest voor de hand liggende voordeel van biobrandstoffen is dat ze in veel bestaande systemen (motoren) fossiele brandstoffen kunnen vervangen. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen kunnen de grondstoffen voor biobrandstof telkens opnieuw worden geproduceerd of verzameld uit afval en reststromen. Daarnaast zijn biobrandstoffen in principe CO₂-neutraal. De CO₂ die vrijkomt bij het verbranden van biobrandstof van plantaardig materiaal is eerder al door de gewassen opgenomen uit de lucht.

Doordat tweede generatie biobrandstoffen afkomstig zijn uit afvalstoffen zijn deze een stuk duurzamer. De productie van biobrandstof uit algen is nog in ontwikkeling, maar lijkt veelbelovend. Algen groeien door middel van fotosynthese, waarbij CO₂ door zonlicht wordt omgezet in lipiden en glucose. Belangrijk bij elk van deze brandstoffen is dat ze het milieu niet nog meer schade mogen toebrengen en dat ze goed door een verbrandingsmotor kunnen worden verwerkt. Sommige brandstoffen, zoals HVO, een synthetische diesel, zijn door de meeste fabrikanten van motoren geaccepteerd als geschikte brandstof.

Nadelen van biobrandstoffen
Biobrandstof heeft ook enkele nadelen. Zo is HVO op het moment prijziger dan fossiele brandstof, al is FAME goedkoper. Daarnaast is er nog steeds sprake van lokale CO₂-uitstoot bij de verbranding van biobrandstof. Deze CO₂-uitstoot wordt gecompenseerd doordat de grondstoffen de CO₂ eerder uit de lucht hebben opgenomen, maar dit voorkomt uiteraard niet dat er lokaal fijnstof vrijkomt uit de verbrandingsmotor.

Eerste generatie biobrandstoffen brengen verschillende risico’s met zich mee, waaronder lokale honger, het verdwijnen van oerbossen en het schaden van de biodiversiteit. In de Europese Unie wordt hier rekening mee gehouden door het vernietigen van natuurgebieden en in gevaar stellen van de biodiversiteit te verbieden bij het verbouwen van de gewassen.

Een verdere oplossing hiervoor zou kunnen zijn om het verbouwen van gewassen voor biobrandstoffen uit te voeren in westerse landen waar overschotten heersen of op braakliggende terreinen waar anders niets op zou worden verbouwd. Een eenvoudigere oplossing is om waar mogelijk te kiezen voor tweede generatie biobrandstoffen, waarbij alleen afvalstoffen van plantaardige en dierlijke producten worden gebruikt.

Margien Storm Van Leeuwen

Margien Storm van Leeuwen
Manager Marketing, Communicatie & New Business

Fill 6 m.stormvanleeuwen@bredenoord.nl
+31 6 46192978
mijn LinkedIn profiel

Ontvang Bredenoord updates via LinkedIn